Sommige disciplines dreigen snel achteruit te gaan als de beschikbaarheidshonoraria niet fundamenteel worden aangepast. Vooral voor de pediatrie nijpt het schoentje meer dan ooit. Een hervorming dringt zich onmiddellijk op in het nieuwe akkoord artsen-ziekenfondsen.
De vraag van de kinderartsen voor die hervorming is niet nieuw en werd vorig jaar nog scherp geformuleerd door dr. Yves Louis, secretaris-generaal Bvas en voorzitter VAS, afdeling Oost- en West-Vlaanderen. Toen wees hij er in De Specialist op dat de ‘rentabiliteit’ van de kinderafdelingen in ziekenhuizen snel daalt. “De budgetten van de kinderafdelingen regresseren snel en dat is een heel recente evolutie”, gaf hij destijds al aan.
Die terugval is te wijten aan de daling van het aantal opnames en kortere ligduur, de sterke daling van het aantal bevallingen - met direct impact op de bezettingsgraad van de neonatale en pediatrische diensten. Gemiddeld worden immers meer zuigelingen opgenomen dan oudere kinderen. Deze zorgwekkende evolutie zette zich het afgelopen jaar nog sterker door, wat de zorgkwaliteit en -continuïteit voor deze jonge patiënten in het gedrang brengt.
Daarnaast geeft Dr. Louis aan dat de toestand voor pediaters in de ambulante (privé)-sector financieel penibel wordt vanwege hoge kosten.
Aftopping?
Dr. Louis is uitermate bezorgd over de huidige status van het dossier en de vertragingen die het opliep. Hij onderstreept dat een snelle oplossing voor de onderbetaling van de kinderartsen absoluut noodzakelijk is. Als een van de mogelijke uitwegen schoof en schuift dr. Louis aanpassingen van de permanentiehonoraria, de beschikbaarheidshonoraria en nachtwachtvergoeding naar voren.
Weliswaar zit er een nomenclatuurhervorming aan te komen, maar daarop is het al een hele tijd wachten en de afronding daarvan over twee jaar kan de doodsteek betekenen voor de pediatrie. Zal die revisie er tijdig komen, en dan nog in die mate dat de kindergeneeskunde voldoende gevaloriseerd wordt? Het is vijf voor twaalf. “We zullen zelfs goed moeten uitkijken of door de invoering van eventuele forfaitaire honoraria op pediatrie en neonatale (toezicht/infuus/monitoring) de prestaties juist niet afgetopt zullen worden”, maakt de Bvas-topman zich ongerust. Als ze samengevoegd worden tot één enkele prestatie, riskeert dat in het nadeel van de artsen uit te vallen.
Daarnaast bestaat de vrees dat, wegens de enorme financiële schaarste, men tot 2029 of 2030 zal moeten wachten op significante verbeteringen.
Hij dringt er dan ook op aan om meteen te handelen. Zelf nam hij alvast het initiatief om in de aanloop naar een nieuw akkoord een voorstel op te nemen richting verhoging van het beschikbaarheidshonorarium voor kinderartsen. Die honoraria zijn alleen van toepassing voor weekends en feestdagen, maar waarom zouden ze ook niet gevraagd mogen worden voor nachtelijke beschikbaarheid tijdens de week? Wanneer je als kinderarts ’s nachts tijdens de week wordt opgeroepen -bijvoorbeeld voor een reanimatie- staat daar immers geen specifieke vergoeding tegenover.
Of de verhoging van het consultatiehonorarium geen optie is? Niet echt, meent hij, “omdat dat honorarium al relatief hoog is, wat leidt tot discriminatie ten opzichte van andere specialisten.”
Een ander voorstel om het toezichthonorarium of het permanentiehonorarium procentueel op te krikken, werd (voorlopig?) dan weer afgeblokt. En dat terwijl zelfs de eerste stap naar een verhoging van het beschikbaarheidshonorarium onvoldoende zal blijken om de financiering van de kindergeneeskunde recht te trekken, “maar het is zeker een stap in de goede richting”, maakt hij zich sterk.
Het gevoel van urgentie is er ongetwijfeld. Vanwege de huidige financiële krapte en de krimpende kraamafdelingen wordt de situatie voor kinderartsen intussen nagenoeg onhoudbaar.








