Dirk Devroey, professor huisartsgeneeskunde aan de VUB, pleitte in een opiniestuk in De Morgen afgelopen week voor een herziening van de maatschappelijke en medische aanvaarding van niet-therapeutische circumcisie bij minderjarigen.
In België worden de meeste besnijdenissen bij jongens uitgevoerd om religieuze, culturele of vermeend hygiënische redenen, zelden om medische indicaties. Slechts in uitzonderlijke gevallen — zoals bij een hardnekkige phimosis, recidiverende infecties of anatomische afwijkingen — is de ingreep gerechtvaardigd. Volgens pediatrische en urologische richtlijnen is meer dan 99% van de besnijdenissen dus niet medisch noodzakelijk. Daarom zou de terugbetalingsregeling in die zin gewijzigd worden begin 2026, gaf De Specialist al aan.
Psychologische gevolgen
Besnijdenis is een onomkeerbare ingreep op een gezond kind, zonder zijn toestemming. Naast acute risico’s (pijn, bloeding, infectie, littekenvorming, verminderd gevoel) wijst Devroey in zijn opiniestuk ook op mogelijke psychologische gevolgen: gevoelens van verlies, schaamte of schending van lichamelijke autonomie.
Het principe primum non nocere blijft leidend: artsen horen enkel in te grijpen bij medische noodzaak. Niet-medische circumcisie bij kinderen is daarom ethisch moeilijk te verantwoorden. De terugbetaling daarvoor zou nu wel stoppen, maar toch blijft de ingreep legaal en maatschappelijk getolereerd, wat volgens Devroey strijdig is met zowel medische deontologie als het Verdrag inzake de Rechten van het Kind.
Dat verdrag garandeert elk kind recht op lichamelijke integriteit en bescherming tegen niet-noodzakelijke medische handelingen. Devroey wijst bovendien op een inconsequentie: meisjes zijn wettelijk beschermd tegen elke vorm van genitale verminking, ongeacht culturele of religieuze context, terwijl jongens diezelfde bescherming ontberen.
Zorgverleners hebben volgens hem een plicht tot objectieve voorlichting over risico’s, het ontbreken van medische noodzaak en de ethische implicaties. De enige consistent ethische positie is dat niet-medische besnijdenis enkel kan gebeuren na geïnformeerde toestemming van de betrokkene zelf — bijvoorbeeld vanaf de leeftijd van 14 jaar.
Devroey besluit dat een samenleving die kinderrechten ernstig neemt, niet kan blijven toestaan dat gezonde jongens zonder medische reden en zonder eigen toestemming worden besneden. Lichamelijke autonomie is, stelt hij, geen voorrecht van volwassenen of meisjes, maar een fundamenteel recht van ieder kind.








