Vanaf 1 april 2026 tot 31 maart 2031 voorziet de Vlaamse regering een jaarlijkse subsidie van van 638.529 euro (vanaf 2027). In 2026 en tot 2028 wordt dit tijdelijk verhoogd. De maatregel vertrekt vanuit de vaststelling dat er momenteel meerdere, versnipperde organisaties actief zijn rond kennisvorming en innovatie, en dat centralisatie efficiëntiewinst kan opleveren. De beslissing staat vandaag in Het Staatsblad.
De Vlaamse Regering besliste op 19 december 2025 om een structurele subsidie toe te kennen aan het Kennis- en Innovatiecentrum voor het Jonge Kind (georganiseerd door de vzw Vernieuwing in de Basisvoorzieningen voor Jonge Kinderen). Dit centrum moet expertise rond jonge kinderen bundelen en delen met kinderopvang, Huizen van het Kind en andere actoren die werken met jonge gezinnen.
Het centrum richt zich op organisatoren van kinderopvang, buitenschoolse activiteiten, actoren binnen preventieve gezinsondersteuning en Huizen van het Kind.
Om wetenschappelijke kwaliteit en betrokkenheid te verzekeren, moet het centrum tegen 31 maart 2026 verschillende structuren uitbouwen: een algemene vergadering, een bestuursorgaan met universitaire onderzoeksgroepen en een wetenschappelijke adviesraad met universiteiten en hogescholen. Daarnaast komt er een gebruikersraad met vertegenwoordigers uit het werkveld.
Subsidies, looptijd, opdracht
Voor de periode 1 april 2026 – 31 maart 2031 is een jaarlijkse subsidie voorzien van 638.529 euro (vanaf 2027). In 2026 en tot 2028 wordt dit tijdelijk verhoogd om een bijkomende opdracht te financieren (organisatie van een netwerk voor leercoaches in praktijkcentra kinderopvang). Een verlenging met vijf jaar is mogelijk na evaluatie.
Het centrum krijgt als kernopdracht om wetenschappelijk onderbouwde kennis en innovatie te ondersteunen rond thema’s die nauw aansluiten bij de gezondheids- en welzijnscontext van jonge kinderen en gezinnen:
- beleidsvoerend vermogen in voorzieningen
- pedagogische kwaliteit
- toegankelijkheid (met aandacht voor kwetsbare gezinnen en kinderen met specifieke zorgbehoeften);
- samenwerking tussen relevante sectoren;
- professionalisering en curricula.
De werking kan bestaan uit lerende netwerken, begeleidingstrajecten, materialen en adviesverlening. Er wordt expliciet afstemming verwacht met bestaande structuren, waaronder kinderopvangondersteuning, onderwijsinstellingen die personeel opleiden voor het werkveld en internationale netwerken.
De Vlaamse overheid evalueert op basis van kwantitatieve (aantal netwerken, materialen, bereikte organisaties) en kwalitatieve indicatoren (invulling van thema’s, tevredenheid, samenwerkingsverbanden). Jaarlijkse inhoudelijke en financiële rapportering is verplicht. Bij laattijdigheid of misbruik kan de subsidie verminderd, geschorst of teruggevorderd worden.
Betere multidisciplinaire samenwerking
Dit besluit versterkt structureel het ecosysteem rond jonge kinderen en gezinnen. Voor wie actief is in jeugdgezondheid, ontwikkeling en preventie is dit relevant in die zin dat men streeft naar een betere intersectorale en multidisciplinaire samenwerking rond ontwikkelingsproblemen via gedeelde expertise. Dat kan bijdragen aan vroegdetectie, betere toeleiding naar zorg, en vermindering van drempels voor gezinnen met complexe problematiek.







