De infantiel-verworven ziekte van Pompe is een lysosomale glycogeenstapelingsstoornis die zich uit in meerdere organen. Zonder behandeling overleven patiënten zelden de leeftijd van 1 jaar. De actuele standaardbehandeling bestaat uit een enzymvervangingstherapie (ERT) met recombinant humaan zure α-glucosidase (rhGAA), hoewel toenemend bewijs suggereert dat een dergelijke behandeling geen effect heeft op de schade aan het zenuwstelsel, daar het rhGAA-enzym de bloed-hersenbarrière niet kan passeren. Bovendien dragen de korte halfwaardetijd van rhGAA en de vorming van hoge, aanhoudende titers anti-rhGAA-antilichamen bij aan een verminderde werkzaamheid.
Recent is adeno-geassocieerd virus (AAV) onder de aandacht gekomen als voorkeursvector voor gentherapieën gericht op genetische stofwisselingsziekten. Een ziekenhuis in Beijing (China) paste in samenwerking met een gentechnologiebedrijf een AAV-therapie toe bij vier jongens met infantiel-verworven ziekte van Pompe (1). Zij kregen een eenmalige intraveneuze injectie met een AAV van serotype 9 (AAV9), dat codon-geoptimaliseerd complementair DNA meedroeg dat codeert voor humaan zure α-glucosidase (GAA) in een dosis van 1,2 × 1014 vectorgenomen per kilogram lichaamsgewicht. Op het moment van toediening waren de kinderen 2 tot 5 maanden oud en wogen ze 4,7 tot 7,6 kg. Zij vertoonden reeds cardiomegalie, hypotonie en hersenbeschadiging. De patiënten reageerden in alle opzichten goed op de toediening. Bij de vier kinderen trad na 24 tot 40 weken een pneumonie op, waarna één van hen overleed. De anderen vertoonden gedurende een observatieperiode van 52 weken verbeteringen in de cardiale uitkomsten, ademhalingsfunctie en motorische functie. Er werden bij geen van de patiënten anti-GAA-antilichamen gedetecteerd. In een commentaar juichen Italiaanse pediaters de nieuwe ontwikkeling toe (2). Zij pleiten echter voor continuering van de gebruikelijke ERT als een soort vangnet. Het is immers te verwachten dat ten gevolge van celdeling de hoeveelheid ingebracht DNA verdunt, waardoor het effect van de gentherapie zou uitdoven.








