Hoewel steeds meer bewijsmateriaal het paradigma bevestigt dat er geen risico bestaat op seksuele hiv-overdracht van een persoon met aanhoudende virologische suppressie, bekend als U=U (undetectable equals untransmittible), zijn er onvoldoende gegevens om te bepalen of dit ook geldt voor moeder-kind of verticale hiv-overdracht. Een systematische review met meta-analyse, uitgevoerd om het risico op verticale transmissie te kwantificeren op basis van maternale hiv-virale load (mHVL) en om de toepasbaarheid van U=U op perinatale en postnatale hiv-overdracht te evalueren, vond 147 relevante studies, die meer dan 82000 moeder-kind paren includeerden.
De gepoolde perinatale transmissierisico's bedroegen 0,2% bij een mHVL van < 50 kopieën per ml, 1,3% bij 50–999 kopieën per ml en 5,1% bij ≥ 1000 kopieën per ml. De aRR's van perinatale transmissie bedroegen 6,3 bij een mHVL van 50–999 kopieën per ml en 22,5 bij ≥ 1000 kopieën per ml ten opzichte van <50 kopieën per ml. In subgroepanalyses, afkomstig van vijf studies die rapporteerden over 4675 vrouwen die preconceptie antiretrovirale therapie (ART) ontvingen met een mHVL van <50 kopieën per ml rond de geboorte, vond men nul (0%, 0,0–0,1) perinatale transmissies.
Het maandelijkse risico op postnatale transmissie beliep 0,1% bij een recente mHVL <50 kopieën per ml en 0,5% bij een recente mHVL van ≥50 kopieën per ml.
De huidige gegevens, grotendeels afkomstig uit onderzoeken zonder frequente mHVL-monitoring of moderne eerstelijns ART-regimes, zijn onvoldoende om U=U tijdens borstvoeding te beoordelen.
Deze cijfers tonen aan dat mHVL sterk gecorreleerd is met perinatale en postnatale transmissierisico's en dat U=U voor perinatale transmissie alleen geldt wanneer ART vóór de zwangerschap wordt gestart en wanneer een mHVL van < 50 kopieën per ml tot aan de geboorte wordt gehandhaafd. Deze conclusie onderstreept nogmaals het belang van vroege hiv-diagnostiek en aanhoudende aandacht van zwangere vrouwen voor hiv-zorg gedurende de zwangerschap en borstvoeding teneinde verticale transmissie te elimineren. Deze cijfers ondersteunen ook richtlijnen die een keizersnede alleen aanbevelen ingeval mHVL ≥ 1000 kopieën per ml is.








